In de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCM) vormen de Vier tot Zes Diagnostische Methodes fundamentele technieken die traditioneel worden gebruikt om patronen van balans en welzijn te begrijpen. Deze methodes zijn:

Observeren

Dit omvat het visueel bekijken van onder andere gelaatskleur, lichaamshouding, lichaamsbouw, huid, ogen, tong en andere uiterlijke kenmerken.

Tongobservatie is een belangrijk onderdeel van deze methode: deze beoordeeld worden kleur, vorm, beslag en vochtigheid van de tong om volgens TCM-principes inzicht te krijgen in de interne balans.

Ook de observatie van iemands gemoedstoestand, beweging en ademhaling kan aanwijzingen geven over Qi, bloed en de harmonie van orgaansystemen binnen de TCM-theorie.

Luisteren & ruiken

Binnen de TCM let men op de klank van iemands stem, ademhaling, hoest en andere lichamelijke geluiden, omdat deze patronen van balans of disbalans kunnen weerspiegelen.
Een zwakke stem wordt in de TCM-theorie vaak geassocieerd met Qi-leegte. Een luide, schorre stem kan wijzen op een zogenoemd exces-patroon.

Ook geur speelt een rol: lichaamsgeur, adem en uitscheidingen worden meegenomen in de beoordeling. Een sterke, doordringende geur wordt in de TCM-interpretatie vaak verbonden aan Hitte. Een zware of bedorven geur kan geassocieerd worden met interne disbalans in de orgaansystemen.

Vragen stellen

Binnen de TCM wordt informatie verzameld door te vragen naar iemands dagelijkse ervaringen, leefstijl, emoties en algemeen welzijn. Een traditioneel raamwerk dat vaak wordt gebruikt is de “Tien Vragen”, waarin onderwerpen aan bod komen zoals:

Gevoel van warmte of koude
Zweetpatronen
Hoofd- en lichaamsensaties
Plassen en stoelgang
Eetlust, dorst en smaakvoorkeuren
Gevoelens in borst en buik
Horen en zien
Slaapkwaliteit
Emotioneel welzijn
Menstruele en reproductieve gezondheid (bij vrouwen)

Fysieke testen

Binnen de TCM wordt via aanraking informatie verzameld over bepaalde lichamelijke kenmerken. Dit omvat onder andere:

Polsobservatie: Het voelen van de radiale pols aan beide polsen, waarbij eigenschappen zoals tempo, ritme, diepte en kracht worden genoteerd. In TCM-teksten worden 28 polstypen beschreven, zoals drijvend, zinkend, langzaam, snel, sterk of zwak.

Buikpalpatie: Het waarnemen van kenmerken zoals temperatuur of stevigheid in de buikstreek.

Gevoeligheid van acupunten: Het zacht indrukken van acupunctuurpunten of meridianen om reacties zoals warmte, koelte of gevoeligheid te observeren.